HOME

ZO WORDT GEGOKT MET ONS PENSIOEN

Om even over na te denken en bij stil te staan………………..
Terugblik naar vroeger.

Vroeger, ja vroeger…. dit is voor iedereen die voor 1965 geboren is.
Als je na 1965 geboren bent, heeft dit niets met jou te maken.
De kinderen van tegenwoordig worden in de watten gelegd.
Ben jij als kind opgegroeid bent in de jaren 60 of 70, dan is het terugkijkend onvoorstelbaar, dat je zo lang hebt kunnen overleven!!
Als kind zaten we zonder gordel en zonder airbags. Onze bedjes waren geschilderd in prachtige kleuren met verf vol met lood en cadmium. De medicijnflesjes uit de apotheek konden we gewoon open krijgen, net als overigens de fles met bleekmiddel. Deuren en ramen bedreigden continue onze vingertjes. Op de fiets hadden wij nooit een helm op. We dronken water uit de kraan in plaats vanuit een fles. We bouwden zeepkisten en kwamen er op de eerste rit, bergafwaarts, achter, dat we geen rem hadden. Na enige ongelukken konden we daar prima mee omgaan.
‘s Morgens gingen we naar buiten om te spelen. We bleven de hele dag weg en moesten pas thuis zijn als de straatlantaarns aangingen. Niemand wist waar we waren en we hadden geen mobiele telefoon mee.
We sneden ons, braken onze botten en tanden en niemand werd ervoor aangeklaagd. Het waren gewoon ongelukken en de enige die schuld had waren we zelf.
Kan jij je nog zgn. “ongelukken” herinneren?
We hadden vechtpartijen en sloegen elkaar een blauw oog. Daar moesten we mee leven. Volwassen interesseerden zich daar niet voor. We aten koekjes, brood met dik boter, dronken Cola en werden evengoed niet te dik. We dronken met vrienden uit dezelfde fles en niemand ging daar dood van. We hadden geen play/station, Nintendo, X/box, Video-games, 64 TV zenders, Video film, surround sound, een eigen TV, computer en internet chat rooms.
Wat wij hadden waren VRIENDEN.
We gingen gewoon naar buiten en daar kwamen we elkaar tegen. We gingen naar hun huis en belden aan. Of we gingen soms gewoon naar binnen zonder aan te bellen.
En dat zonder van tevoren af te spreken en zonder dat onze ouders dat wisten. Niemand bracht ons en niemand haalde ons weer op….
Hoe was het in godsnaam mogelijk.
We bedachten zelf spelletjes met stokken en tennisballen. We aten wurmen en die leefden niet altijd in onze magen verder. Met stokken prikten we elkaar bijna nooit in de ogen.
Met voetballen op straat mocht je alleen meedoen als je goed genoeg was. Als je niet goed genoeg was moest je met teleurstellingen leren omgaan. Sommige kinderen waren niet zo goed op school als anderen. Ze haalden onvoldoendes en bleven zitten. Dat leidde niet tot emotionele ouderavonden of zelfs tot veranderde prestatienormen.
Soms hadden onze daden consequenties.
Dat was logisch en daar kon niemand zich voor verstoppen. Als iemand van ons iets verbodens had gedaan, was het normaal, dat je ouders er je er niet uithaalden. In tegendeel, ze waren het met de politie eens! Stel je voor!
Onze generatie heeft veel probleem-oplossers en uitvinders, die bereid waren risico’s te nemen, voort gebracht.
We hadden vrijheid, we verzaakten, we hadden succes en namen verantwoording. Met al die dingen konden we zeer goed omgaan. Bij die generatie hoor jij ook.
Wees blij.